Houtsoort en opslag

Houtsoort

Welke soort geeft het beste brandhout?

Er zijn vele houtsoorten die goed brandhout leveren. In Amerika is de acacia bijvoorbeeld erg gewild en in Scandinavië is de den populair dor zijn grote aanwezigheid. Voor nu bespreken wij alleen de houtsoorten die veelal voorhanden zijn in de Nederlandse bossen, zoals de berk, eik, en es. 

Het verschil tussen soorten zit vooral in ‘brandwaarde’, een getal dat uitdrukt hoe compact de boom is. Harde houtsoorten zijn zwaarder en geven daarom meer warmte dan lichtere houtsoorten van hetzelfde volume. Zo geeft een blok eiken 60 procent meer warmte dan een even groot blok populierenhout. 

Er heerst nog steeds een tendens dat alleen zware houtsoorten er toe doen als beste brandhout. Dit was vroeger zo, met slecht geïsoleerde huizen en koude, strenge winters. Tegenwoordig ligt het meer aan de situatie. Aan het begin van de winter is stoken met lichter hout vaak fijner, omdat zware houtsoorten de kachel simpelweg te heet maken. Verder brandt lichter hout vaak schoner en is eenvoudiger aan te steken dan zware houtsoorten. 

Een gevarieerd houthok is daarom perfect. Lichte houtsoorten zoals de berk voor beginnende winters en om de kachel mee aan te steken, en zwaardere houtsoorten zoals de eik en es voor strenge winters en lange nachten. Verder is uw kacheltype van belang. Wanneer u een openhaard of een vuurkorf heeft is het verstandig om vonkende houtsoorten, zoals de spar, te vermijden.

J&W Openhaardhout levert een stookmix van berken, eiken en essenhout. Minstens twee jaar gedroogd voor de beste brandeigenschappen. 

Berken

Het witte goud voor de openhaard. De berk, met haar witte barst en voornamelijk rechte stam, komt in vrijwel elk Nederlands loofbos voor met voedselarme bodem. De boom groeit de eerste vijftig levensjaren hard, en kan dertig meter hoog worden. De dunne takken en rechte stam maken de berk eenvoudig om mee te werken. 

Brandeigenschappen

Berkenhout gedraagt zich uitstekend in uw kachel. Het hout laat zich eenvoudig aansteken en brandt enorm heet. Weinig vonken en een hoge brandwaarde zorgen voor een interessant vlammenspel. Ook heeft berkenhout de schoonste verbranding onder de houtsoorten, waardoor deze ook uitstekend geschikt is voor kampvuren en barbecues. 

Kortom, berkenhout:

-Is eenvoudig aan te steken

-Rookt weinig

-Heeft een schone verbranding

Stookadvies

Het mooie aan de berk is dat u de bast kunt gebruiken om de kachel mee aan te steken. Berkenhout is een lichte houtsoort en brandt van zichzelf eenvoudig. Het hout is geschikt om de kachel heet mee te stoken, voordat u zwaardere houtsoorten toevoegt. 

Technische informatie

Gemiddelde dichtheid van de berk is 500 kilo droge stof per kuub. 

Lichte houtsoort, ontvlamt relatief eenvoudig. 

Moet een jaar drogen.

Geschikt voor

Kleine tot middelgrote kachels. Ook uitstekend voor zomerse kampvuren en barbecues. 

Eiken

De koning van de Europese loofbossen. De eik, met zijn vele vertakkingen en harde hout, vereist enige moeite om te verwerken tot haardhout. De jonge bomen zijn nog relatief recht, maar een oude eik is vaak krom en kan een diameter krijgen van wel drie meter. Na de nodige fysieke inspanning om de taaie eik in brandhout om te toveren, ziet deze een droogproces tegemoet van twee jaar. J&W openhaardhout laat al zijn hout natuurlijk drogen in de wind. Hierdoor behoud het zijn karakteristieke geur, verliest het meer schadelijke tannines, en is het milieuvriendelijker dan oven gedroogd hout. 

Brandeigenschappen

Eenmaal droog, toont eikenhout een rustig vlammenspel en geeft een van de hoogste brandwaarde. Om deze reden is de eik enorm populair als brandhout in Nederland. Ook is deze uitstekend om mee te koken. Pizzabakkers en palingrokers gebruiken eikenhout veelvuldig. 

Kortom, eikenhout:

-Brandt lang

-Geeft een rustig vlammenspel

-Heeft een hoog rendement

Stooktips

Eikenhout is niet eenvoudig om aan te steken, zorg ervoor dat uw kachel goed heet is voordat het eikenhout de kachel betreed. U kunt het beste beginnen met een klein vuur en lichtere houtsoorten om de kachel heet te stoken. Zodra deze heet is, kunt u eikenhout toevoegen. Let er wel op om de kachel voldoende zuurstof te geven, om rook en schadelijke stoffen te voorkomen. Zodra dit op orde is kunt u achterover leunen en genieten. Eikenhout heeft namelijk een lange brandtijd. 

Technische informatie

-Gemiddelde dichtheid is 550 kilo per kuub. 

-Eikenhout bevat tannines, een soort looizuur, die niet goed zijn voor uw kachelpijp wanneer er niet juist wordt gestookt. Zorg ervoor dat de kachel voldoende zuurstof krijgt om creosoot (schadelijke stof) te voorkomen! 

-Zware houtsoort

-Moet twee jaar drogen

Geschikt voor

Middelgrote tot grote kachels. Minder geschikt voor vuurkorven en openhaarden. 

Essen

De es behoort tot ideaal brandhout. Deze harde houtsoort groeit in Europa, Noord-Amerika en Japan en wordt als geliefd gezien onder houtstokers. De es heeft van nature een laag vochtgehalte (max 34 procent), waardoor een in de winter gevelde es vaak al in de zomer gestookt kan worden. De es heeft relatief weinig knoesten, waardoor deze eenvoudig te kloven is. 

Brandeigenschappen

Essenhout brand vrij traag, op een brandschaal ligt het tussen de eik en berk in. Ook is het eenvoudiger om aan te steken dan een zwaardere houtsoort zoals eik of beuk. Door de lage vochtigheid is het goed te stoken en geeft het een rustige, spat vrije vlam. Essenhout is daarom uitstekend geschikt voor openhaarden. 

Kortom, essenhout:

-Brandt traag

-Is relatief eenvoudig aan te steken

-Spat weinig

-Geeft een rustige vlam

Om essenhout te laten branden kunt u het beste beginnen met een klein vuur. Bekijk verschillende methoden om uw kachel aan te steken bij deze stooktips. Naarmate u een klein vuur heeft, kunt u grotere blokken essenhout toevoegen. 

Technische informatie

-Gemiddelde dichtheid is 550 kilo per kuub

-Zware houtsoort

-Moet een jaar drogen

Geschikt voor

Openhaarden, kleine tot grote kachels. 

Opslag

Hoe en waar kan ik mijn hout het beste opstapelen?

Bij uitstek de meest praktische decoratie in uw tuin: de houtstapel. Het vergt enige doorzettingsvermogen en wilskracht, maar het resultaat is direct zichtbaar. Eenmaal daar, blijft de houtstapel u trouw en wacht hij tot de winter begint. 

Ondanks dat de houtstapel een prachtig beeld oplevert, dient het vooral om het hout te drogen. Het stapelen ervan heeft invloed op de kwaliteit, van zowel het vochtgehalte als het uiterlijk. Vaak wordt er in twee fases gewerkt: eerst buiten drogen en vervolgens naar de houtschuur. 

De eerste fase verzorgen wij voor u. De kwaliteit wordt het beste wanneer het snel kan drogen. Dit voorkomt dat het wordt aangetast door schimmels. Dat gebeurd door het hout in fijn gekloofde blokken aan wind en zon bloot te stellen, maar tegelijk droog te houden voor de regen. Dit is ook hoe wij ons hout drogen: door middel van overdekte kisten, droogt ons hout in de vrije buitenlucht. (afbeelding)

Bij u thuis

Zodra uw gedroogde hout thuis is bezorgd, gaat fase twee in werking. Een gepast onderkomen voor uw hout is een plek die het van de natte grond houdt en beschut tegen de regen. U kunt snel een geïmproviseerd houthok bouwen, door pallets neer te leggen en een dak van golfplaten te maken. Gebruik liever geen zeil, want ingepakt hout gaat schimmelen door gebrek aan ventilatie.

Stapelen

Functionele esthetiek is waar u naar streeft bij het stapelen. De basisregel is om de stapel aan te passen aan de vorm van het hout. Bij kromme stukken is een lage stapel stabieler; bij rechte stukken zijn de mogelijkheden eindeloos. Het belangrijkste is dat de stapel stevig en functioneel is. Het is verstandig om dikke stukken te gebruiken voor de onderste laag en vervolgens af te wisselen met dunne stukken, zodat u altijd een goede hand pakt wanneer u wilt stoken.

Ook wij denken met u mee, door alleen blokken hout tussen de 25-33 cm te leveren van verschillende diktes voor een stevige stapel. Klein genoeg om in de kachel te passen, groot genoeg om een stabiele stapel te vormen. Dunne blokken om de kachel mee aan te steken, dikke stukken om de kachel mee warm te houden. Ideaal. 

Heeft u geen zijwanden in uw houthok? Dan is het handig om een gekruiste hoektoren te maken (afbeelding). Door middelgrote, rechte blokken dwars op elkaar te stapelen, ontstaat er een stevige toren waar u de rest van het hout tegenaan kunt stapelen. Maakt u zich niet te druk als er af en toe eentje omvalt, stapelen is een uiterst ontspannende bezigheid.

Drogen

Hoe droog moet mijn hout zijn?

Vocht is de grootste boosdoener voor uw vuur. Vandaar dat het droogproces de kwaliteit van het brandhout meer dan iets anders bepaalt. Wat ‘droog’ hout precies is en hoe dit bereikt kan worden, wordt in dit artikel uitgelegd. 

Vochtpercentage

In de houtwereld wordt de term vochtpercentage vaak gebruikt. Bij brandhout is dit percentage anders berekend dan bij bouwmateriaal (balken etc.), waarbij het vochtpercentage in verhouding tot de droge stof wordt gezien. Bij brandhout is dit cijfer relatief, het weergeeft welk percentage van het totale gewicht uit vocht bestaat. Een blok van 1 kg waarvan 250 gram vocht, heeft daarom een vochtpercentage van 25%. 

Het vochtpercentage is belangrijk, omdat er een groot verschil zit tussen halfdroog hout (25-30 procent) en écht droog hout (20< procent). Droog hout geeft meer warmte en is eenvoudiger aan te steken. Daarnaast brandt het een stuk schoner dan nat hout. De reden voor donkere rook bij nat hout is dat het vuur in de kachel niet intens genoeg is om alle rookgassen te verbranden. 

Zelfs een getraind oog kan niet exact vertellen hoe veel procent vocht een blok hout bevat. Een vochtmeter biedt hierbij uitkomst. Om zeker te weten dat uw hout onder de 20 procent vocht zit, meten wij dit altijd voor u na.

Droogtijd

De meeste houtsoorten drogen verrassend snel wanneer ze direct na de kap gekloofd worden. Met name lichte houtsoorten, zoals berk, zijn vaak hetzelfde jaar al droog wanneer als het in het voorjaar is gekapt. Zwaardere houtsoorten, zoals eik, hebben twee jaar nodig om te drogen. Uiteraard moeten de omstandigheden gunstig zijn: dagen met veel zon, wind en een lage luchtvochtigheid helpen zeker mee. Ook het moment van kappen speelt een rol, voordat de temperatuur stijgt in het voorjaar neemt de boom nog geen sappen op. 

Hoe droog het hout uiteindelijk wordt, ligt van het klimaat af. In ons regenachtige land met uitgestrekte kustlijn, is een vochtpercentage van rond de 15 procent het beste waar we op kunnen hopen. Met name in de herfst en de winter is de luchtvochtigheid hoog: 80-85 procent. Hout droogt vanwege die reden vooral in de lentes en zomers, waarbij de luchtvochtigheid op gemiddeld 70 procent ligt. 

Hoe droogt het?

Er zijn een aantal factoren die belangrijk zijn voor een snel droogproces. De eerste is de lengte van het hout. Vocht verdampt tot vijftien keer sneller bij het uiteinde dan bij de lange zijde. Daarnaast is de schors en bast van belang. Het is verstandig om deze bij kleine stammetjes en takken te strippen, omdat deze vocht vasthouden. 

Wanneer het hout te drogen is neergelegd, kruipt het vocht eruit en verdampt uiteindelijk. Vandaar dat goede luchtcirculatie belangrijk is. Wanneer het vocht niet weg kan, ontstaan er schimmels en brandt het hout minder goed. 

Hetgeen waar we allemaal op wachten, zijn scheurtjes in het hout. Dit is een teken dat het vocht onttrekt uit de stam en het op weg is om goed brandhout te worden. Het drogen is ook interessant voor de echte scheikundigen onder ons: in de meest intense droog periode wordt het hout koud. Energie trekt uit het blok bij de verdamping van vocht, hetzelfde fenomeen waardoor een waterfles koud wordt wanneer deze in een natte handdoek is gerold en in de zon staat.

Hoe weet ik wanneer het hout droog is? 

Ervaren stokers herkennen droog hout wanneer ze het wegen op gevoel. Scheuren in het hout zijn veelbelovend, maar vaak al daar voordat het hout volledig droog is. Waar u vooral op moet letten is of het hout schoon, droog en hard is. 

De kleur van het hout geeft een goede indicatie van de droogheid: geel hout heeft lang in de zon gelegen en grijs hout is nat geweest en weer opgedroogd. Vaak gaat de schors ook los zitten. Aan de andere kant is beschimmeld hout vochtig en poreus, dit brandt niet en is slecht voor uw kachel. 

Een andere truc is om twee blokken hout tegen elkaar aan te slaan. Droog hout geeft een hard, schel geluid, terwijl een dof geluid zonder echo op veel vocht wijst. Toch brengt dit experiment vooral heel ruw hout boven water en is het niet uw beste indicator. 

Aansteken en stoken

Vuur

Hoe werkt het verbrandingsproces eigenlijk?

Om de kunst van het aansteken (en tevens ook het aanhouden) van het vuur goed onder de knie te krijgen, is het handig om te begrijpen hoe het verbrandingsproces werkt. Vereenvoudigd is dit proces in drie fases op te delen: het verdampen, de gasuitstoot en het smeulen. 

  1. Het verdampen

Wanneer een blok in contact komt met het vuur, wordt eerst het water in het hout verdampt. Hierbij wordt de energie van het vuur verbruikt zonder dat u er warmte voor terugkrijgt. Vandaar dat vochtig hout warmte onttrekt! Zodra al het water in het blok verdampt is, volgt fase twee.

2. De gasuitstoot

Doordat de temperatuur in het blok stijgt, begint deze rookgassen uit te stoten. Ook al lijkt het alsof het hout brandt, zijn het in werkelijkheid de gassen uit het hout die vlam vatten. Het is belangrijk dat u met schoon en droog hout stookt. Wanneer dit niet het geval is, vatten de gassen geen vlam en gaan deze in de vorm van dikke rook uw schoorsteenpijp uit. De gassen ontsnappen uit het hout bij circa 100-150 graden Celsius, maar branden pas bij 350 graden! Een hete kachel en voldoende luchttoevoer zijn daarom essentieel. Zodra de gassen zijn opgebrand, begint fase drie. 

3. Het smeulen

Het hout is nu in houtskool veranderd en bereikt temperaturen van 550 graden Celsius en hoger. Uw kachel heeft nu minder zuurstof nodig, omdat alle gassen in het hout zijn verdwenen. 

Aansteken

Een goed begin is het halve werk.

Nu u na het lezen van het vorige artikel volledig op de hoogte bent van het verbrandingsproces, zullen de volgende tips voor het aansteken van de kachel logisch voor u zijn. Voor het aansteken kunt u het beste drie verschillende materialen gebruiken. Gebruik eerst iets licht ontvlambaars en leg hier vervolgens dunne aanmaakhoutjes op, die op hun beurt de dikkere blokken aansteken. 

Papier van tijdschriften is geen geschikt aansteek middel. Dit glanzende papier bestaat grotendeels uit industriële mineralen die matig branden en veel as achterlaten. Aanmaakblokjes zijn een goed alternatief, omdat deze langdurig branden en zo de kleine houtjes voldoende tijd geven om te ontvlammen. Gebruik vooral niet te weinig, het is beter om de kachel snel op een hoge temperatuur te krijgen zodat de gassen vollediger verbranden. 

Dal-en-brugmethode

Om uw vuur snel aan de gang te krijgen, is het belangrijk om het vuur voldoende zuurstof te geven. De ‘dal-en-brugmethode’ is hier uitstekend geschikt voor. Om te beginnen legt u twee blokken naast elkaar met een afstand van circa 15 cm, met aanmaakhout of papier ertussen. Dwars over de blokken legt u dun aanmaakhout, als een brug over een woeste vlammenzee. Op deze manier hangt het aanmaakhout ruim boven het as en krijgt het voldoende zuurstof van onderaf. Op een gegeven moment kunt u een dikker blok op de aanmaakhoutjes leggen. Deze valt naar beneden zodra de houtjes zijn opgebrand en steekt zo het ‘dal’ aan. 

Aanhouden

Leun niet te lang achterover.

Alleen als uw kachel voldoende heet is en grote kooltjes heeft gevormd, kunt u grotere blokken toevoegen. Wanneer u dit te vroeg doet, zakt de temperatuur in de kachel en is het verdampingsstadium langer. De vuistregel is om altijd twee blokken tegelijk in de kachel te leggen op enkele centimeters afstand. De een verbrandt de gassen van de ander en vice versa. Op deze manier stookt u schoner! 

Omgekeerd stoken

Een andere manier om schoner te stoken, is door ‘omgekeerd’ te stoken. Deze methode heeft als doel om vlammen bovenin de kachel te krijgen, die de opstijgende gassen doen ontvlammen. Dit werkt als volgt: 

Eerst stapelt u houtblokken opklaar in een koude kachel tot deze uit drie lagen bestaat. Vervolgens legt u hier het aanmaakhout op met eventueel houtbriketten. Zodra u deze aansteekt, vatten de onderliggende blokken na verloop van tijd vlam. De gassen stijgen op wanneer de blokken verhit worden, maar worden altijd verbrandt omdat het vuur nu hoger in de kachel zit! Ook worden de luchtkanalen naar de secundaire verbranding verhit, zodat de kachel sneller lucht opzuigt.

Co2 neutraal

Hoe kan ik milieubewust stoken?

Er is niks fijner dan de warmte van de houtkachel. Naast de sfeer en warmte, bespaard het u ook nog eens kosten! Met al deze voordelen vergeten mensen al snel de nadelen van hout stoken. Bij verkeerd stoken kunnen de buren en het milieu uw houtkachel een stuk minder leuk vinden. Daarom is het belangrijk om CO2 neutraal te stoken. 

Co2 neutraal stoken, wat is dat? 

Bij het verbranden van brandstof komt CO2 vrij. Fossiele brandstoffen, zoals kolen, aardgas en olie, zijn veel schadelijker dan het stoken van hout. De reden hiervoor is dat fossiele brandstoffen eindig zijn, het creëren ervan duurt miljoenen jaren. 

Aan de andere kant zijn bomen herplantbaar en nemen CO2 op uit de lucht. De opgenomen CO2 komt vrij zodra de boom sterft, en wordt vervolgens weer opgenomen door andere bomen. Om deze kringloop duurzaam te houden, zijn twee dingen belangrijk. Ten eerste zorgen wij als leverancier dat al ons hout uit duurzame bossen komt, waarbij evenveel bomen geplant als gekapt worden. Ten tweede is het belangrijk dat er een volledige verbranding plaats vind bij het stoken. Dit kunt u doen door op de volgende dingen te letten: 

  1. Droog haardhout- Haardhout moet minder dan 20% vocht bevatten om goed te kunnen branden. In tegenstelling tot de meeste leveranciers, leveren wij alleen natuurlijk gedroogd haardhout. Dit houdt in dat we geen ovens gebruiken die veel energie gebruiken, maar de kracht van de wind en zon. Op deze manier brandt het net zo goed en blijft de karakteristieke geur van het hout beter behouden. 
  2. Hete kachel- Zware houtsoorten, zoals eik en beuk, vereisen meer inspanning om aan te steken. Een eikenblok gaat smeulen wanneer de kachel nog niet heet genoeg is. Het vuur dooft eerder dan dat het warmte afgeeft. Een handigheid is om eerst te stoken met lichtere houtsoorten, zoals de berk. Zodra het vuur goed heet is, kan de eik erbij. 
  3. Voldoende zuurstof- Een kachel vereist enige inspanning. Zelfs als u denkt dat het tijd is om achter over te leunen en te genieten van een mooi vuur, is het belangrijk om te letten op de zuurstof toevoer. Wanneer het vuur te weinig zuurstof krijgt, gaat het smeulen en ontstaat er donkere rook. Dit is een teken dat er geen volledige verbranding is en de schuif verder open moet. 

Met deze tips in het achterhoofd kunt u op een verantwoorde manier stoken!

De kachel, en zijn onderhoud

Kachel

Welke soort kachel past het beste bij mij?

Het maakt niet uit met wie u bent, de houtkachel is altijd de grootste sfeermaker in huis. In Nederland zijn er zo’n 1,5 miljoen kachels, variërend in soort. Over het algemeen zijn er ‘snelle’ en ‘langzame’ kachels. De snelle variant, zoals gietijzer, is het meest populair en staat bekend om het vlug opwarmen van het huis. De langzame variant, zoals de zwaardere speksteen kachel, brandt trager en geeft een gelijkmatige temperatuur. 

Daarnaast is er een verschil tussen een ouderwetse en een schoonbrandende kachel. De laatste heeft een extra toevoer van voorverwarmde lucht, oftewel een naverbrander. Voordat de aanvoerlucht in contact komt met het vuur, gaat deze door kanalen die zijn verwarmd door de kachel. Zodra deze warme lucht rookgassen ontmoet, verbranden deze sneller. Dit gebeurd ook wanneer de kachel niet op vol vermogen stookt, zoals wel moet bij een ouderwetse kachel om hetzelfde te bereiken. Hierdoor gebruikt een schoonbrandende kachel minder hout en gebruikt het tot wel 80 procent van de energie, waarbij een ouderwetse 40 à 60 procent gebruikt. 

Soorten kachels

Zoveel mensen, zoveel wensen. Er zijn veel verschillende soorten kachels met allemaal eigen unieke eigenschappen, maar wel met één gezamenlijk doel: uw huis verwarmen. De meest populaire zijn de open haard, de gietijzeren kachel en de speksteenkachel. Klik hier onder op een van de kachels voor meer informatie. 

Openhaard

De open haard brengt u het meest in contact met het vuur. Het schouwspel van de vlammen zorgen niet alleen voor het nodige vermaak, maar geven ook een fijne warmte af.

Helaas heeft de open haard wel nadelen. Hout kan spatten in het vuur, wat gevaar kan opleveren wanneer u geen fijngazige vonkenvanger gebruikt. Met name dennenhout spat veel en is minder geschikt voor de open haard. Essenhout daar in tegen spat nauwelijks.

Daarnaast slaat het alleen warmte op in de stenen waarvan hij is gemaakt, en komt de rest vrij in de vorm van stralingswarmte. Doordat het vuur zich niet in een afgesloten ruimte bevindt, is het heel moeilijk om een volledige verbranding te krijgen. Rook en roetontwikkeling zijn gevolgen hiervan.

Gietijzeren kachel

Een veelvuldig voorkomend kacheltype. Deze variant geeft veel warmte af en zijn gemakkelijk om mee te stoken. Nieuwe versies van dit type zijn vaak schoonbrandend en gebruiken minder hout. Door op den duur met zwaardere soorten te stoken, zoals eikenhout, behoud de kachel lang zijn warmte.

Een nadeel is echter dat oude gietijzeren kachels vaak geen glazen wand hebben. Naast het feit dat u niet kunt genieten van het vlammenspel, is het ook lastiger om de verbranding in de gaten te houden. Het glas geeft ook stralingswarmte af in de vorm van infrarood, waarvan de energie in warmte wordt omgezet zodra deze uw huid raken.

Speksteenkachel

De ruggengraat van iedere grote boerderij. Speksteen is in heel Scandinavië te vinden, en is uitstekend materiaal om warmte vast te houden. Omdat het zo poreus is, houdt het zelfs vier keer langer warmte vast dan graniet. Grote speksteenkachels geven daarom nog uren lang warmte af nadat het vuur uit is gegaan.

Luchttoevoer
en trek

Waarom lucht van groot belang is.

Belangrijke begrippen die invloed hebben op uw vuur. De luchttoevoer is de lucht die via de luchtklep in de kachel komt, deze zorgt voor een goede verbranding. Trek is de zuiging in de schoorsteen die ontstaat door temperatuurverschil tussen binnen en buiten. De twee hebben invloed op elkaar: bij een verstopte schoorsteen is er minder trek, waardoor minder lucht wordt aangezogen en de verbranding daarom matig is.

Aan de andere kant is te veel trek ook niet goed. De schoorsteen neemt dan te veel hitte op vanuit de kachel en stookt minder efficiënt. Dit gebeurt helaas vaak in de winter, wanneer de temperatuurverschillen het grootst zijn. Sommige kachels hebben een klep in het rookkanaal die dit kunnen vertragen, of een ventilator om het juist te versnellen. Een andere oplossing is een lange kachelpijp door de kamer. Deze levert een extra warmtewinst op van ongeveer 1 kilowatt per meter.

Onderhoud

Wat moet ik doen om mijn kachel in goede conditie te houden?

Zoals wel meer dingen in het leven, heeft uw kachel liefde en onderhoud nodig om goed te functioneren. Er zijn een aantal punten waar u op moet letten:

  1. Controleer de kachel regelmatig op scheurtjes. Kapotte delen zorgen voor luchttoevoer buiten de de gecontroleerde kanalen om, waardoor de kachel minder efficiënt stookt. 
  2. Als uw kachel glazen deurtjes heeft, kunt u deze schoonmaken met bevochtigd krantenpapier. 
  3. Verwijder eens per stookseizoen het roet in de kachel. Dit is een minder leuke klus, maar wel heel belangrijk! Roet isoleert de kachel en een dunne laag leidt al snel tot 10 procent warmteverlies. Een staalborstel en een aszuiger klaren de klus al snel.